Logo VNM Hilvarenbeek`e.o.

De Weidevogelwerkgroep bestaat uit enthousiaste vogelliefhebbers die zich tijdens het broedseizoen inzetten voor het behoud van nesten van onder meer de kievit en de scholekster. Daarbij werkt de groep samen met vijftien agrariërs. Vanuit een poule van twaalf vrijwilligers is de werkgroep meestal met vijf, zes personen van begin maart tot eind mei op zaterdagochtend op pad. De gebieden waar de groep naartoe gaat, bestaan vooral uit graslanden en maïsvelden.

Vanaf april wordt het land gemaaid, geploegd, gemest en ingezaaid. Dan is het voor de werkgroep zaak om goed met de boeren te communiceren over wanneer en wat er op het land gaat gebeuren, of en waar er nesten liggen, en hoe we deze kunnen sparen. Vlak voordat de werkzaamheden plaatsvinden, spoort de werkgroep de nesten op en markeert ze. Eventueel worden de nesten tijdens de werkzaamheden verlegd. Daarom zijn de leden van de werkgroep soms ook doordeweeks in touw.

De kuikens dienen de eerste weken al zelf voldoende voedsel te bemachtigen, zich warm te houden en zich te kunnen beschermen tegen belagers. Ook daar gaat de aandacht van de werkgroep naar uit.

 

Verslag van het weidevogel-broedseizoen 2017

Woensdag 1 maart hebben we de startavond gehouden. Daarin is o.a. gesproken over de terughoudendheid met staken en het zien te volgen waar de kieviten en scholeksters met hun pullen zich ophouden, als ze eenmaal de nesten hebben verlaten.
Onze werkgroep is uitgebreid met 2 personen en na de natuurmarkt eind augustus zijn nog eens 2 personen onze groep komen versterken.
Twee anderen kunnen niet langer voldoende tijd vinden.

Ondanks dat het met het beschermingswerk van de weidevogels in het agrarisch buitengebied goed gaat, is er al jaren onvoldoende reproduktie. De kruiden- en insektenloze akkers en graslanden hebben de uitgekomen jongen niets te bieden.

Van de vereniging mocht een goede telescoopkijker aangeschaft worden. Daarmee is op veilige afstand voor de vogels, goed waar te nemen of een vogel fourageert, waakt, een proefnest draait of al aan het broeden is.

Onze werkgroep is gevraagd om voor het patrijzenprojekt Hilvarenbeek tellingen te verrichten. In maart met geluidsboxen en in het najaar op zicht. De patrijzen met de kijker opsporen blijkt niet te lukken. We moeten het meer hebben van meldingen van voorbijgangers.

In maart hebben we enkele wandelpaden naar onze gebieden gemarkeerd met de groene borden over vrijwillige weidevogelbescherming. Daarmee willen we tijdelijk de wandelaars met honden er toe bewegen de honden daar niet los te laten lopen.

Begin april was er een interessante lezing over weidevogelbescherming door Marco Renes van Brabants Landschap. Behalve over kenmerkend gedrag, predatie en stimulerende maatregelen, kregen we ook een indruk hoe het de afgelopen jaren is gesteld met de verschillende weidevogelsoorten in Noord-Brabant.

Op steeds meer percelen staat het gras of de groenbemesting in maart te hoog voor de Kievit. Daar kan de vogel niet van zich af kijken en blijven ze dan weg. Dit seizoen heeft dat op ’t Loo geleid tot een afname van zo'n 20 nesten in vergelijking met vorig jaar.

Als de boer laat weten dat er bewerkt gaat worden, komen wij in aktie: we zoeken de nesten op en markeren deze. Waar we een vermoeden hebben dat er eieren geraapt worden, markeren we niet met stokken, maar leggen met grote aardkluiten hopen aan bij het begin van de voor waarlangs het nest zich bevindt. Vlak voor de bewerking kunnen we dan die nesten in mandjes verleggen.

Eind mei is het uitkijken naar nieuwe nesten gedaan.
Er komen geen nesten meer bij, de gewassen groeien nu gestaag en wat nog op het nest zit, hebben we aardig in beeld. We volgen nog enkele weken het verloop van de nesten, ook die we met aardkluiten aan de kant hebben gemarkeerd.
Nadien worden de legselgegevens ingevoerd in een database van Brabants Landschap.

Op de Handelaars hebben we 13 kievitsnesten en 2 scholeksternesten beschermd; 12 kievitnesten en de 2 scholeksternesten zijn uitgekomen.
Op ‘t Loo hebben we 30 kievitsnesten en 3 scholeksternesten beschermd. Daarvan zijn 23 kievitsnesten en 3 scholeksternesten uitgekomen. Beduidend minder kieviten zijn daar gaan broeden omdat ze geen prijs stelden op de te hoge begroeiing van gras en groenbemesting in maart.
En met minder kievitparen per perceel vallen er meer legsels ten prooi aan kraaien en meeuwen.
Waarom er zoveel minder scholeksters zijn (2016 nog 9 scholeksternesten) is ons niet duidelijk.

Op de Handelaars hebben we met 4 agrariërs samengewerkt en op ’t Loo met 12 agrariërs.