Logo VNM Hilvarenbeek`e.o.

De eerste stap die gezet kan worden in het vraagstuk van intensieve veehouderij en gezondheid is het handhaven van de milieuregels. Die conclusie trok Cor Luijsterburg, voorzitter van de Vereniging Natuur en Milieu Hilvarenbeek e.o (VNMH)., aan het slot van een drukbezochte debatavond op 1 november in Elckerlyc.

De oproep van Lijsterburg was mede gebaseerd op een recent rapport van de provincie Noord-Brabant waaruit blijkt dat in een aantal gemeenten, waaronder Hilvarenbeek, het toezicht op de naleving van vergunningen in de agrarische sector tekortschiet. Daar kan dus snel een begin worden gemaakt, aldus de VNMH-voorzitter. Eerder op de avond had ook Janus Scheepers, voorzitter van de Regio Midden van ZLTO, gezegd dat de overheid de regels moet handhaven.

Hij reageerde op een klacht uit het publiek over een agrariër die, om energiekosten te besparen, zo nu en dan de zogeheten luchtwasser van zijn stal zou uitzetten. Dat hoort niet volgens Scheepers, en de burger kan daarover bij de lokale overheid aan de bel trekken.

Het mini-symposium was een activiteit van de VNMH in het kader van het 25-jarig bestaan van de vereniging. De kwestie of de intensieve veehouderij in Hilvarenbeek (en grote delen van Brabant) een risico is voor de volksgezondheid is een actueel onderwerp. Het is zelfs opgenomen in het regeerakkoord van het nieuwe kabinet. Er wordt tweehonderd miljoen euro beschikbaar gesteld om de sanering van specifiek de varkenshouderij mogelijk te maken. Voorzitter Luijsterburg zei dat de vereniging over dit vraagstuk in dialoog wil gaan met de sector.

dr. Jos van de Sandedr. Jos van de Sande
Hoofdspreker tijdens het mini-symposium was dr. Jos van de Sande, voormalig GGD-arts, die het vraagsstuk van de volksgezondheid sinds de fatale uitbraak van de Q-koorts in 2007 breed onder de aandacht heeft gebracht. Hij toonde het publiek een overzicht van alle zoönosen (ziekten die overgaan van dier op mens) waar de maatschappij de afgelopen decennia mee is geconfronteerd, volgens de arts het gevolg van de intensieve veehouderij.

Denk bijvoorbeeld aan Vogelpest, MKZ, BSE en Q-koorts. Zijn stelling is dat het risico groot is dat dat er een nieuwe epidemie uitbreekt die de volksgezondheid uitbreekt. “Wanneer dat gaat gebeuren weet ik niet, maar dat het op een dag gebeuren staat voor mij vast”, aldus Van de Sande. Het enige wat helpt is de infrastructuur van de landbouw radicaal aanpassen, dat wil zeggen geen concentratie van (pluim)veestallen en geen intensieve veehouderij meer in dichtbevolkte gebieden, zoals in Brabant.

Infectieziekten

Maar voor agrariërs is de relatie intensieve veehouderij en risico’s voor de volksgezondheid nog geen uitgemaakte zaak, zo bleek uit een opmerking vanuit de zaal. Waarom hebben boeren niet of nauwelijks last van infectieziekten? Volgens Van de Sande omdat zij door het dagelijks contact een weerstand opbouwen, en dat geldt niet voor burgers.

Scheepers betoogde dat er onder meer door de toepassing van technische innovatie de problemen van de uitstoot van ammoniak teruggedrongen kunnen worden. Hij verwees naar het meerjarenplan ‘Boeren hebben een oplossing’ waarin die ambitie is uitgesproken.

[Dit verslag is ook in De Hilverbode geplaatst]